‘Er is iets met mijn kind’ [deel 1/3]

Zoon, autisme, ASS, neurodivers, opvoeden, zoektocht, er is iets met mijn kind

‘Er is iets met mijn kind’

Toen eenentwintig jaar geleden onze oudste zoon geboren werd en ik hem in zijn oogjes keek, wist ik direct dat het een bijzonder kind was. Zijn blauwe ogen stonden helder en keken dwars door mij heen in mijn ziel. Alsof hij met zijn ogen zei: ‘Mij maak je niks wijs. Ik weet alles al. En ik ken jou beter dan dat jij jezelf kent.’ Die blik ben ik niet vergeten. Ook niet de kwetsbaarheid die ik toen voelde.

Onze zoon ontwikkelde zich als baby normaal. Dat wil zeggen, er waren geen problemen. Zijn ontwikkeling verliep namelijk op veel fronten vlotter dan normaal. Met zeven maanden kon hij staan, op zijn eerste verjaardag liep hij en kon je al een heel gesprekje met hem voeren. Het was een tevreden gevoelig mannetje met een prachtige glimlach.

Als peuter kreeg hij een broertje. Bij thuiskomst uit het ziekenhuis kreeg de baby een flinke kopstoot van hem. Thuis kon ik hem geen seconde uit het oog verliezen als hij met de baby samen in de kamer was. In zijn spel op de peuterspeelzaal viel vooral op dat hij uitstekend alléén kon spelen.

Problemen

Op de kleuterleeftijd begonnen de ‘problemen’. Aanvankelijk had hij deze zelf niet, maar de juf en de kinderen in de klas wel. Het was moeilijk voor hem om zich te handhaven in de klas en tijdens de gymles was er letterlijk te veel ruimte voor hem en rende hij alleen maar rondjes.

Een andere basisschool leek uitkomst te bieden. In elk geval was er een voorspelbaar rooster, kortere schooldagen en veel gelegenheid om te spelen. Wat vooral opviel, was zijn ‘jonge’ gedrag. Sociaal-emotioneel liep hij ver achter bij zijn cognitieve vermogens. Zo kwam het dat de kleuterjuf hem doorschoof naar groep 3 omdat hij al kon lezen en schrijven, terwijl wij hem liever langer hadden laten kleuteren om meer te kunnen oefenen in samenspelen.

In groep drie ging het aanvankelijk lekker, de leerstof kon hij makkelijk aan. Wel klaagde hij dat de kinderen niet met hem wilden spelen. ‘Waarom begrijpen de kinderen mij niet?’. Elke drie weken zat ik bij de juf, die het allemaal goed bedoelde, maar duidelijk ook niet zo goed wist wat er moest gebeuren. In de loop van het schooljaar werd hij depressiever, kreeg hij slaapproblemen en driftbuien.

Scherven lijmen

Thuis zorgde ik voor structuur, voorspelbaarheid, ruimte om te ontprikkelen. Het was alsof ik elke dag uit school een hoopje scherven kreeg. Die lijmde ik dan zorgvuldig, om het de volgende dag weer naar school te brengen en weer in stukken terug te krijgen. Op een middag kwam hij thuis uit school, liet zich op de keukenvloer vallen en barstte in snikken uit ’Niemand vindt mij een lief jongetje. Was ik maar een engeltje gebleven!’. Dit was het moment dat mijn moederhart tegen mij schreeuwde: ‘zo gaat het niet langer, dit is een noodkreet, hier is meer aan de hand’.


———
🌟 Komende twee weken lees je op de blogpagina deel 2/3 en 3/3 van dit verhaal